PG Logo

Halverwege de week

Halverwege de week nieuwe inspiratie.

Halverwege de week nieuwe inspiratie, dat betekent dat u de komende tijd elke woensdag op deze plaats een teken van leven verwachten van de predikanten. Inspirerende bijdragen kunt u verwachten, bedoeld om contact met u te houden. Vandaag is de bijdrage van ds. Tineke van Lente.

24 februari – ds. Rudolf Kooiman

Waarom zou je geloven? Wat heb je aan geloven?

Die vraag komt soms op en kan in Coronatijd zelfs sterker naar voren komen dan anders. Want in zeker opzicht heb je er niets aan. Geloof geeft geen antwoord op alle vragen en is niet de oplossing voor alle problemen. Sterker nog: het roept juist allerlei vragen op.
En toch! Je kunt er ook anders naar kijken. Je kunt ook zeggen: nee, geloven is niet winstgevend, spreekt niet vanzelf, is niet logisch en toch doet het er toe. Tenminste wanneer je gelooft dat het leven ondanks alles zin heeft. Wanneer je je daden daarnaar richt dan kríjgt het ook zin.
De vorig jaar overleden Engelse opperrabbijn Jonathan Sacks zei het zo:

Geloof is het vermogen om te leven met uitstel
zonder het vertrouwen in de belofte te verliezen;
om teleurstelling te ondergaan zonder de hoop kwijt te raken;
om te weten dat het een lange weg is van ideaal naar werkelijkheid
maar toch besluiten om op weg te gaan.

Dat zijn prachtige woorden die ons kunnen helpen in deze Coronatijd, deze periode van onzekerheid. Een tijd waarin we niet weten hoe lang het nog zal duren voor de winkels en restaurants weer open gaan, we weer (ongeacht de tijd en ongeacht het aantal mensen) bij elkaar op bezoek mogen en bovenal  geen afstand meer hoeven te houden!

++++++++++++++++++++++++++++

17 februari – ds. Tineke van Lente-Griffioen

Vandaag, Aswoensdag, 17 februari, begint de 40dagentijd.
Veertig dagen tijd is er, tot het Pasen is.
Ik deel graag met u de tekst van een zegenlied, nu we de tijd van bezinning betreden. Behalve de zondagen, zijn dat veertig dagen. En dan is het Pasen op 4 april. Luister het gezongen lied, terwijl de tekst, met de melodie erbij, nog beter binnenkomt. Klik daarvoor het geluidsbestandje aan. Met koptelefoon of oortjes klinkt het prachtig.

Die ons schiep,
en ook nu nog
als hier de nacht ons overmant
houdt in de holte
van uw hand,

die ons zoekt
in het duister,
die ons de dag hebt toegezegd,
spreek in de stilte
tot uw knecht.

Die ons hoedt
in de uw schaduw,
onder uw vleugels toegedekt,
liefde, die ons
tot leven wekt,

ken ons hart,
zo onrustig,
vol van zichzelf is het verblind,
totdat het rust in
U weer vindt.

Kom tot ons
als de morgen.
Ga over ons op als het licht.
Zegen ons met
uw aangezicht.

++++++++++++++++++++++++++++

10 februari: de Ander – ds. Meinders

Het is al weer bijna een jaar geleden dat we Huub Oosterhuis in ons midden hadden. Wat is er veel gebeurd sindsdien. We zijn op onszelf teruggeworpen. Wie ziet me nog, wie ziet de ander nog. In dat verband herlas ik het gedicht van Oosterhuis in de oorspronkelijke, niet berijmde versie:

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie mij ontmaskert zal mij vinden.
Ik heb gezichten, meer dan twee,
ogen die tasten in den blinde,
harten aan angst voor angst ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.
Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden
en zal zichzelf opnieuw verstaan
en leven bloot en onomwonden,
aan niets en niemand meer ten prooi.
Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

‘Delf mijn gezicht op’ is een tekst die als het ware zichzelf in de spiegel bekijkt, want de twee coupletten van het lied lopen opmerkelijk parallel. En dat heeft ook een duidelijke functie. Want is de ervaring in het eerste couplet beklemmend en beangstigend, in het tweede couplet lijkt zich een deur te openen naar bevrijding en zelfontplooiing.
Dat het met dit lied en met de ‘ik’ van het lied de goede kant op gaat, is al vanaf het begin duidelijk. Eigenlijk al vanaf het allereerste woord. Er is sprake van ‘opdelven’. Dat is iets heel anders dan ‘opgraven’ of ‘opspitten’, of wat dan ook. Opdelven doe je met delfstoffen. Het gaat dus om iets kostbaars. Denk maar gerust aan goud of zilver. Zo kostbaar, zo bijzonder is dat gezicht, is elk gezicht.
Maar het kostbare komt alleen aan het daglicht, als iemand anders het gaat opdelven. En zolang dat niet gebeurt is er beklemming, voel je je ongezien, ben je niet lekker thuis in jezelf.
Daarom is de opening, tevens het refrein, niet zomaar een vraag, maar een vraag van levensbelang: de ‘ik’ wil tevoorschijn geroepen worden. Als ‘mijn gezicht’ niet opgedolven wordt, gaat er iets kostbaars verloren. Maar als het wel opgedolven wordt, dan krijg je iets prachtigs te zien. Door het opdelven wordt het gezicht van de ‘ik’ mooi.
Tot wie is de vraag gericht? Is het een gebed tot God? Is het een dringend verzoek aan een naaste? Dat zou allebei kunnen. Als het een gebed tot God is, dan is het in de trant van Psalm 139: Jij peilt mijn hart, doorziet mij; doe dat dan bij mij. Maar, zeker indirect, is het ook een vraag aan mensen: geef anderen de kans hun eigen gezicht te laten zien; heb aandacht, heb geduld. En misschien is de tekst ook wel gericht tegen het ‘spiegelbeeld’, heeft het ook iets van een oproep naar mijzelf: durf je gezicht te laten opdelven, kom uit je schulp.

++++++++++++++++++++++++++++

3 februari – Rudolf Kooiman

In coronatijd…

Natuurlijk. Wij zijn allemaal verschillend. maar voor bijna iedereen valt het zwaar om in deze coronatijd afstand te moeten houden en minder mensen te kunnen bezoeken en ontvangen. Ja, er is veel gemis en tegelijk is deze periode een unieke kans om dingen te ontdekken. Bijvoorbeeld te ontdekken wat versleten raakt:

behoeften, verlangens, herinneringen, lichamelijke begeerten,
nieuwsgierigheid, enthousiasme, vreugde, vrijgevigheid
dat wordt allemaal sleets.

Zoals de rotsen op de heuvels afgesleten raken door de wind,
zo raakt ook de ziel versleten.

De eerste dingen, de simpele, stilzwijgende dingen,
de dingen waar elk kind ademloos naar staat te kijken,
zoals de wisseling van de seizoenen,
het rennen van een kat over de binnenplaats,
het draaien van een deur om zijn scharnier,
de kringloop van groei en rotting,
de rijping van de vrucht,
het fluisteren van de bomen,
de beweging van het licht op de dalen en hellingen van de bergen
de bleekheid van de maan en de kring die haar omgeeft,
de spinnenwebben die dauwdruppels vergaren in de ochtendschemering,
de wonderen van de ademhaling, het spreken,
de avondschemering,
het koken en bevriezen van water,
het vuur van de middagschittering op een glasscherf.

Dat zijn de dingen die er eerst waren en die we steeds verder kwijt zijn gaan raken.

Amos Oz (Israëlische schrijver)

dit is de tijd om het opnieuw te ontdekken!

+++++++++++++++++++++++++++++