zwaaien

‘Zwaaien betekent voor mij: niet zomaar weggaan’

Ik heb de gekke gewoonte om altijd wanneer ik van huis wegga te zwaaien naar wie achterblijft en te zwaaien naar wie weggaat. Dus wanneer Annet, mijn vrouw, weggaat of wanneer ik wegga dan zwaai ik. Dat heb ik van huis uit meegekregen: als mijn vader ’s morgens naar z’n werk fietste stond mijn moeder hem na te zwaaien. En wanneer hij ’s middags (na de warme hap die precies om 10 minuten over 12 op tafel stond, het ANP-nieuws van half 1 en de berichten voor land- en tuinbouw) om stipt 10 minuten voor 1 weer vertrok, dan zwaaiden ze opnieuw naar elkaar. Wanneer wij naar school gingen stond er ook altijd iemand te zwaaien: meestal mijn moeder, soms mijn vader. Heel wat andere thuisgewoontes heb ik vervangen door andere of gewoon achterwege gelaten, maar deze gaat dus al zo’n 60 jaar mee.

Onze kinderen zwaaien ook – ten minste toen ze nog thuis woonden deden ze dat. Of ze het verder doen weet ik niet, ik hoop het maar. Zwaaien betekent voor mij: niet zomaar weggaan. Ik zwaai met mijn hand maar ook een beetje met mijn hart Ik zwaai wil zeggen: ik heb je lief hoor, ook als je nu weg moet! U mag het onnozel vinden, en zo’n heel groot ding is het ook niet. Maar toch. Dus toen ik zaterdag wegging en de achterbuurvrouw zag staan zwaaien naar haar beide wegfietsende zoons die wat klusjes hadden gedaan, begreep ik haar helemaal. Die zoons keken overigens niet op of om. Ik suggereerde die beide dan maar uit haar testament te verwijderen, maar de buurvrouw heeft een groter hart dan ik. Ze kon er wel om lachen, het deerde haar niet: ze doen van alles voor haar en houden ook zonder dat gezwaai veel van hun moeder. Dat weet ze. Dan is zwaaien zonder teruggezwaaid worden natuurlijk helemaal geen ramp. Een wijze vrouw, die buurvrouw van mij…

ds. Rudolf Kooiman