PG Logo

Van blijvende waarde

Blijvende waarde

door ds. Jacob Meinders

Bij het ingaan van je pensionering word je heel erg op het verstrijken van de tijd gewezen. Velen zullen dat herkennen.  Ik bedoel: dat we zwaar herinnerd werden aan het fenomeen tijd. En dat is wel het meest raadselachtige fenomeen dat er bestaat. We kunnen het niet grijpen. Het ontglipt ons als was het niets. Onze cultuur wordt volledig bepaald door het ogenblik en is vervreemd van het eeuwige. In het gedicht Kinder-lijck legt Vondel het zijn gestorven zoontje Constantijn in de mond. In dat mooie oud-Nederlands: Eeuwigh gaat voor oogenblick. Antoine Bodar kaapte de uitspraak terecht voor zijn verdiepende tv-programma in het vorige decennium. Een verademing in een zo door ‘ogenblik’ geterroriseerde cultuur. Vooral in de politiek zien we het snelle scoren en het korte-termijn-denken als toonaangevend.

Bij de neus genomen door de tijd

Mijn gevoeligheid voor het eeuwige heeft te maken met mijn levensfase. Nu ik bijna 67 ben voel ik mij elke dag overvallen door de verbijstering dat de tijd zo ongelooflijk snel is gegaan. Ik weet het, het is het grootste cliché aller tijden, maar het is natuurlijk ook niet voor niks zo’n cliché geworden. Namelijk omdat het zó ontzettend waar is dat iedereen het kan nazeggen. Het lukt mij maar niet om te begrijpen – en best ook moeilijk om te accepteren – waar al die decennia gebleven zijn. Als los zand door je vingers…

Wanneer je gaat invullen wat je in die tijd allemaal gedaan hebt, klopt de rekensom feilloos: in die jaren deed ik dit en toen en toen deed ik  dat. Maar je gevoel kan die genadeloze feitelijkheid niet volgen en zegt: het was toch gisteren dat je… Dat je nog thuis bij je ouders woonde en je leven nog open voor je lag. Dat je dit zou doen en dat wilde waarmaken. Dat je met je geliefde de liefde ontdekte en elkaar bezwoer dat dit nooit zou ophouden. Alsof je wakker schrikt uit een droom, waarin je een leven lang hebt verwijld – een soort van geslapen – en je levensloop en veel is voorgoed voorbij! Het leven dat  je zo beloftevol toelachte en eindeloos leek en dat pas heel veel bruggen verder ooit eens eindigen zou, het is voorbij. Het kan niet, het klopt niet met je gevoel, maar het is voorbij. Ik zal het eerlijk zeggen: ik voel me soms bij de neus genomen door de tijd.

Ogenblikken van eeuwigheid

Decennia, een halve eeuw, een eeuw: niet meer dan een ogenblik. Het is niets. Het klopt, dat oude lied: Uren, dagen, maanden, jaren, vliegen als een schaduw heen… En het voelt als gemis, als rouw, als pijn. Het is het lijden aan het ogenblik. De wond van het ‘voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij’.

Van het besef van de eeuwigheid naar het leven in het nu

Nee, ik ga nu niet zeggen: leef in het nu. Dat is wel een waarheid, maar te goedkoop en te voorspelbaar. Het kan ook ontaarden in een vlucht, om niet te hoeven denken aan de nietigheid en vluchtigheid van het leven. Een van zijn oorsprong losgezongen carpe diem, verworden tot een hedonistische tegeltjeswijsheid, die alle vragen naar vergankelijkheid dicht pleistert en elk memento mori de mond snoert.

Het mysterie van de tijd dat je verbijstert en fascineert tegelijkertijd

Wat ik wel ga zeggen is: leef vanuit het besef van het eeuwige. Ga de moeilijke vragen en de melancholische pijn niet uit de weg, maar doorleef die juist. En zoek dan vervolgens de diepte in de dingen die eeuwigheidswaarde hebben. Zoek zogezegd in dit vluchtige leven naar ogenblikken van eeuwigheid. Dat vaak misverstane woord betekent niet, wat altijd gedacht wordt: ‘eindeloze tijd’, maar juist het stilvallen van de tijd in ervaringen die het leven van alledag overstijgen.

Eeuwigheid is dus geen kwantitatief begrip maar kwalitatief! Het betreft de momenten dat je de wereld om je heen soms even vergeet, omdat je volledig in beslag genomen wordt door een overrompelende ervaring. Bijvoorbeeld in de natuur, het ondergaan van schoonheid, tijdens een diepgaand gesprek, bij het luisteren naar een symfonie van Anton Bruckner.

Virginia Woolf had daar een treffende uitdrukking voor: moments of being. Momenten dat je werkelijk, existentieel BENT. Dat je tot in je tenen voelt: dit is waartoe ik op aarde ben. De theoloog Rudolf Otto en later in zijn voetspoor Tjeu van den Berk duidden die momenten als het numineuze. Het mysterie dat verbijstert en fascineert tegelijkertijd. Dat ons, anders gezegd, onderdompelt in het eeuwige. Het zijn deze ogenblikken van eeuwigheid die voor het ogenblik gaan. Ze vormen de weg naar genezing van de dodelijke oppervlakkigheid van ons bestaan.

En toch….de eeuwigheid zorgt wel voor zichzelf

Dit gezegd zijnde: in onze Joods-christelijke traditie, worden we er steeds op gewezen, dat het om de aarde gaat en de mensen die nu om ons heen zijn. De eeuwigheid zorgt wel voor zichzelf. Gewezen wordt op de dag van vandaag. Het leven is inderdaad vluchtig en tijdelijk. Maar tegelijk ook zo waardevol. Het ogenblik kan veel uitmaken. Ik moet denken aan een gedicht, dat ook over de waarde van het ogenblik, de dag van vandaag, gaat:

Sterven zal je ooit
Maar vandaag
en god weet morgen
kun je leven, doen, zien
iemand voor iemand zijn
misschien
en het verschil maken, toch
tussen onverwisselbaar uniek
en om het even
tussen dood en leven.

Huub Oosterhuis