zegeing

Troost

Als ik niet bidden kan en mijn berouw
niet meer is dan gebrek aan goede werken
en God van mijn geloof niet veel kan merken
blijft mij niet anders over dan Zijn trouw.

Natuurlijk heb ook ik mij uitgesloofd
en Hem zoveel ik kon gelijk gegeven:
het vroom bedrog uit Job 13 vers 7,
maar ‘k heb er nooit één jota van geloofd.

Nu schaam ik mij voor dit verdorven spel,
maar als God Zich niet aan mijn dogma’s stoort
en uitleg vraagt van ieder ijdel woord
denk ik ineens getroost: ‘Hij redt het wèl’.

Piet Los

Uit BROMVLIEG IN DE WINTER 1986
Kort commentaar:
Wat blijft er over van de mens op het uiterste ogenblik van sterven, van verantwoording afleggen van je leven?
Er is niets uit onszelf waarop we kunnen terugvallen dan Gods trouw.
Wat is dat vroom bedrog uit Job 13:7? Dat we onwaarheid spreken in naam van God en Hem met leugens dienen. De dichter heeft zich daar ook aan schuldig gemaakt. Maar nu schaamt hij zich voor dit verdorven spel. Hij weet zich een schuldige die met lege handen staat.

Weer typisch een vers van Piet Los.
Hij durfde open over eigen menselijk falen te spreken. Maar hij wist zich als arme zondaar gered door Christus. Dat is zijn troost.