Kijk! Laat je verrassen door het werk van Gods Geest
Er zijn van die momenten dat je even stilstaat, je ogen opent en je ineens iets ziet wat je eerder over het hoofd zag. Een bloemetje dat dwars door de stoeptegels heen gegroeid is. Een kind dat spontaan zijn hand uitsteekt om iemand te helpen. Een onverwacht gesprek dat je raakt. Het zijn vaak kleine dingen – en toch kan er zomaar iets van Gods Geest in oplichten.
De startzondag die voor de deur staat, markeert voor ons als gemeente een nieuw begin. Na de zomer, waarin alles misschien wat losser en rustiger was, zoeken we elkaar weer op. We kijken vooruit naar een seizoen van samen vieren, leren, geloven en dienen. Dit jaar klinkt daarbij het thema: ‘Kijk! Laat je verrassen door het werk van Gods Geest.’
Maar hoe doe je dat eigenlijk: kijken, zien, je laten verrassen? En wat betekent het dat de Geest werkt, vandaag, hier in onze gemeente en in ons leven?
Als je denkt aan de Geest, denk je al snel aan Pinksteren. De leerlingen zaten bij elkaar, misschien nog wat onzeker en zoekend, toen er plotseling een geluid als van een stormwind kwam en tongen van vuur zich op ieder van hen neerzetten. En ze begonnen te spreken in allerlei talen, zodat iedereen hen kon verstaan (Handelingen 2:1-13).
Wat mij daarin treft, is dat niemand dit had kunnen plannen of organiseren. Het was niet de vrucht van een slim beleidsplan of een strak voorbereide bijeenkomst. Het was verrassend, onverwacht, verwarrend zelfs. Sommigen waren onder de indruk, anderen begrepen er niets van en dachten dat de leerlingen dronken waren.
De Geest waait waarheen Hij wil. En juist dat maakt ons kijken en openstaan zo belangrijk. Want het werk van de Geest laat zich niet vastleggen in schema’s of controleren in onze agenda’s. Het kan zomaar gebeuren. Hier. Vandaag. In ons leven.
Misschien is kijken wel een van de moeilijkste dingen in ons geloofsleven. We zien zoveel, en tegelijk missen we vaak wat echt belangrijk is. Jezus zelf zegt meer dan eens: ‘Wie oren heeft om te horen, laat hij horen’ (bijv. Markus 4:9). Of in de Bergrede: ‘Het oog is de lamp van het lichaam’ (Mattheüs 6:22). Met andere woorden: hoe je kijkt, bepaalt wat je ziet.
Leren kijken met de ogen van het geloof is oefenen. Het is stil durven worden en je laten verrassen. Het is je niet alleen richten op wat jij zelf wilt of verwacht, maar ook openstaan voor dat kleine, onverwachte teken dat zomaar Gods handschrift kan zijn.
Voorbeelden uit het gewone leven
Misschien herken je dit: je bent druk bezig met je eigen plannen en zorgen. En ineens zegt iemand iets wat precies raakt aan je situatie. Of je leest een Bijbeltekst die je al honderd keer gezien hebt, maar opeens klinkt die nieuw, alsof die speciaal voor jou geschreven is. Of je ervaart vrede op een moment dat je die helemaal niet kon verwachten.
Dat zijn van die momenten waarop je zou kunnen zeggen: ‘Kijk! Hier is de Geest aan het werk.’ Niet altijd spectaculair. Vaak juist eenvoudig, in de gewone dingen van alledag. Zoals Elia God niet vond in de storm of het vuur, maar in het zachte suizen van de wind (1 Koningen 19:11-12).
De gemeente is bij uitstek de plek waar we leren kijken naar het werk van de Geest. In de eredienst, waar we samen zingen, bidden en luisteren. In het koffiedrinken na afloop, waar zomaar een waardevol gesprek kan ontstaan. In de groepen en kringen waar geloof en leven gedeeld worden.
Daar ontmoeten we elkaar – en in die ontmoeting kan de Geest werken. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 12 dat er allerlei gaven zijn, maar dat ze allemaal van dezelfde Geest komen. De één ontvangt wijsheid, de ander geloof, een derde de gave om te bemoedigen of praktisch te helpen. En juist samen vormen we het lichaam van Christus.
Dat betekent dat we niet alleen moeten kijken naar het werk van de Geest in ons eigen leven, maar ook naar hoe de Geest werkt in de ander. Misschien ontdek je iets van Gods aanwezigheid in de glimlach van een kind in de kerk. Of in de trouw van een gemeentelid dat al jarenlang omziet naar een ander. Of in de creativiteit van iemand die een nieuwe activiteit opzet.
Een sleutelwoord is verwachting. Als we eerlijk zijn, leven we soms zonder veel verwachting. We doen wat we altijd deden, houden de dingen draaiende, en hopen dat het allemaal zo blijft gaan. Maar wie zich laat verrassen door de Geest, leert ook te leven met een open houding.
Dat vraagt moed. Want de Geest kan ons ook uitdagen om vertrouwde patronen los te laten. Denk aan Abraham die op weg moest, zonder te weten waarheen. Of Petrus die een visioen kreeg waarin hij werd uitgedaagd zijn beeld van rein en onrein los te laten (Handelingen 10). Het werk van de Geest is niet altijd comfortabel, maar wel levenwekkend.
Misschien is de startzondag daarom ook wel meer dan een gezellig begin na de zomer. Het is een moment om onszelf af te vragen: Zijn we bereid om verrast te worden? Om onze ogen open te houden en samen te zoeken naar wat de Geest van God hier en nu wil doen?
‘Kijk!’ – het klinkt als een uitnodiging, misschien zelfs als een kind dat enthousiast wijst: ‘Kijk eens daar!’ Het is een oproep om ons te laten meenemen, om niet alles onder controle te willen hebben, maar ruimte te maken voor de verrassingen van Gods Geest.
Op weg naar een nieuw seizoen als gemeente wens ik ons allemaal toe dat we open ogen krijgen. Dat we Gods Geest mogen zien werken – in kleine gebaren en grote gebeurtenissen, in mensen dichtbij en in ontmoetingen die we niet hadden voorzien.
Want de Geest van God is levend en aanwezig. Hij vernieuwt, verrast en verbindt. Dus: Kijk! Laat je verrassen door het werk van Gods Geest.